close
  • zondag 15 december
Nostalgie

Waarom je nooit te oud bent voor de speeltuin

Waarom je nooit te oud bent voor de speeltuin

Ingrid avatar - Geniet van het leven

Redacteur Annelies is gastouder en houdt van de zomer. De spelende kinderen die op blote voeten  van de glijbaan naar de schommel rennen doen haar denken aan haar eigen jeugd. Ze bleef lang kind. En dat is ze nog steeds een beetje.

BLOG – Hand in hand huppelen de donkere Vera en de blonde Fleur door het poortje van de speeltuin. Ze zijn allebei 7 jaar, en vriendinnetjes. Ze boffen, want ze hebben de middag vrij en dus tijd om met mij ergens heen te gaan. Fleurs oudere broer heeft ook vrij, maar die is er niet bij, die heeft geen tijd voor kleine meisjes. In de gauwigheid heb ik iets opgevangen over een vriendje en eten en fantastische plannen en na een smekende blik uit zijn stralende ogen die vragen: mag het? knik ik en stuitert hij er al vandoor.

Samen naar beneden sjezen

De kleine dametjes zijn ook blij. Zo’n grote speeltuin, vol met mooie toestellen. Zonovergoten stukken gras, maar ook schaduw van grote bomen. De meisjes rennen rond en proberen te kiezen wat ze het eerst zullen doen. Het wordt de grote glijbaan, waar ze, met de armen om elkaar heen, samen naar beneden sjezen. “Mogen we de schoenen uit?” en daar rennen ze weer weg, blote voetjes op het zachte, koele gras. Ik zit op mijn bankje stilletjes te genieten. Probeer de verschillende liedjes van de vogels te herkennen en vraag me af hoeveel blije kindertjes die hoge bomen in hun lange leven al gezien hebben.

Piratenmeisjes

Fleur en Vera klimmen op de stellage van de kabelbaan. “Het lijkt wel een schip!” roept Fleur. “Jaaaa”, juicht Vera. “Wij zijn piratenmeisjes!” Om de beurt glijden ze met het kabelbaantje heen en weer, ondertussen allemaal piratenkreten slakend. Maar blijkbaar zijn piratenmeisjes huishoudelijker aangelegd dan piratenjongens, want Fleur zegt: ” Ik ga even boodschappen doen hoor, de winkel ligt aan de overkant van de zee.” En daar gaat ze, met fladderende haren. Ook Vera moet nog een paar keer boodschappen doen en dan is de boot wel vol. Tijd voor wat anders.

Echo’s uit mijn jeugd

“Zullen we verstoppertje doen?” stelt Vera voor. Ze telt hardop tot dertig, terwijl Fleur zich ergens verstopt …negentwintig, dèèèèèrtig! Ik kom! In mijn hoofd klinken echo’s van kinderstemmen uit mijn eigen jeugd. Na het eten nog buiten mogen spelen, het ultieme zomergevoel. Met de kinderen uit de buurt verstoppertje spelen op de hei, die aan onze flats grensde. ‘Kom kom kommertje’ zongen degenen die al gebuut waren, als de zoeker ver genoeg uit de buurt was om veilig tevoorschijn te komen. Ik vind het zo’n geruststellend gevoel dat sommige dingen niet verdwijnen. Kinderen die verstoppertje spelen. Hopelijk denken deze meisjes daar later ook met plezier en misschien wat weemoedig aan terug.

Zingen op de schommel

Na het verstoppertje spelen is de schommel aan de beurt. “Kom jij ook?” vragen ze aan mij. Ja, ik doe ook mee. Als kind heb ik eindeloos op schommels gezeten. Ik kon er nooit genoeg van krijgen, hoe hoger, hoe langer, hoe beter. En ik ben ook best lang kind gebleven. Dat wist ik zelf wel, maar ik speelde nog zo graag. Toen ik veertien was, en met mijn ouders op vakantie in een hotel in Joegoslavië, was er ook een schommel. Ik waande me onbespied toen ik daar heerlijk aan het schommelen was en ondertussen het hoogste lied zong. Want dat voelde zo heerlijk, de wind langs je gezicht, het zwevende gevoel en dan zingen. Tot ik een soldaat over een hekje geleund zag staan, die naar mij stond te kijken en te luisteren. Ik kon wel door de grond zakken, want ook al was ik lang kinderlijk, als je veertien bent, ben je toch niet zo onbevangen meer. Dan is zo’n soldaat ineens een jongeman en weet je je als puber echt geen houding meer te geven. Vreselijk, daarom weet ik het nu nog!

Smoezelige, bezwete, blije koppies

Maar goed, met deze meisjes doe ik mee. Althans, dat is het streven. Maar de snijdende touwen in mijn bovenbenen vertellen mij dat ik niet meer de heupen van een zevenjarige heb, dus dat is gauw klaar. Gelukkig is er ook een grote netschommel, daar passen we alle drie op. En prompt word ik duizelig van het geschommel. ‘Opoe’ mompel ik tegen mezelf en stel me tevreden met de schommel zo hoog mogelijk te duwen met Vera en Fleur er juichend op. Tijd om even wat te drinken en te snoepen, ik diep het op uit de tas en zeg tegen de pleisters, die ook tevoorschijn komen, dat ze vooral onder in de tas moeten blijven zitten. Dat vinden de meisjes erg grappig en ik lach weer om hun smoezelige, bezwete, blije koppies. De geluiden van een landbouwmachine op het land in de verte en een koerende duif in een boom, verhogen de zomersfeer. Er komen nog meer kinderen in de speeltuin. Ze lijken een reïncarnatie van Mops en Pelle uit het verhaal van Astrid Lindgren. Niet te geloven, als ze ooit die serie opnieuw gaan verfilmen heb ik de casting al klaar.

De zomer kan niet lang genoeg duren

Mijn eigen meisjes beginnen een beetje moe te worden. Ik vraag wat ze willen en eigenlijk willen ze wel naar huis. Dus stappen we in de snikhete auto. Gelukkig hebben we airco en is het maar een klein stukje rijden. We zijn nauwelijks thuis of Vera wordt opgehaald door oma, wat een timing. Als ik weer terug in de kamer kom, is Fleur inmiddels op de bank in slaap gevallen. Ik kijk naar dat mooie meisje en voel een grote dankbaarheid dat ik de kinderen die hier komen vertrouwdheid en veiligheid kan geven. En dat kinderen in ons land kind kunnen zijn en van de zomer kunnen genieten. De zomer, met lange warme dagen, zoveel mogelijk buiten zijn, alle geuren en kleuren. Ik ben dan wel geen kind meer (opoe) maar kan nog steeds intens genieten van het zomergevoel. Met alle dierbare herinneringen, maar ook nu in het moment. De zomer kan mij niet lang genoeg duren. Het is de tijd waarin ik me het gelukkigst voel.

Geschreven door: Annelies van Bloois

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Volg ons via Facebook