close
  • dinsdag 25 februari
Hypotheek

Toetreden woningmarkt lijkt alleen nog mogelijk met financiële hulp ouders

Toetreden woningmarkt lijkt alleen nog mogelijk met financiële hulp ouders

Het aantal jonge huizenkopers in de leeftijd tot 25 jaar is in 2019 met 61,8 procent gestegen in vergelijking met 2018, blijkt uit cijfers van De Hypotheker. Deze sterke toename is opmerkelijk, omdat juist starters het moeilijk hebben op de huizenmarkt.

De opmars van deze groep huizenkopers is volgens De Hypotheker mede te danken aan de financiële steun die zij krijgen van ouders, bijvoorbeeld in de vorm van een schenking. Ruim 94 procent van de jonge huizenkopers die in 2019 een woning kochten tussen 100.000 en 300.000 euro deed dit met inbreng van eigen middelen. Ruim 3 op de 10 brachten zelfs meer dan 10 procent van de totale koopsom zelf in.

Uitwijken naar de regio

Door de oververhitte woningmarkt en het beperkte huizenaanbod in de grote steden wijken veel huizenkopers uit naar andere regio’s. De grootste stijging van het aantal jonge huizenkopers is volgens De Hypotheker zichtbaar in Friesland. In deze provincie hebben bijna 109 procent meer starters jonger dan 25 jaar een woning gekocht. Ook Noord-Holland scoort hoog (+100 procent). Op lokaal niveau doet de grootste stijging zich hier voor in de gemeenten Haarlemmermeer, Heerhugowaard, Beverwijk en Velsen.

Doordat grote steden als Amsterdam en Haarlem op slot zitten en er een zeer beperkt aanbod in de prijsklasse onder 250.000 euro is, wijken veel huizenkopers uit naar deze randgemeenten. Ten slotte is ook in Limburg  sprake van een sterke stijging (+88,5 procent). Zowel voor Limburg als Friesland geldt dat de huizenprijzen hier minder snel stijgen dan in de Randstad, waardoor er meer betaalbare woningen beschikbaar zijn voor jonge starters.

Starters brengen steeds meer eigen middelen in

Het gemiddelde hypotheekbedrag van huizenkopers tot 25 jaar laat een flinke stijging zien. In 2017 bedroeg het gemiddelde hypotheekbedrag 158.822 euro; nu staat de teller op 195.022 euro. Dat is een stijging van bijna een kwart in twee jaar tijd. Volgens De Hypotheker besluiten veel jonge huizenkopers toch over te gaan tot de aankoop van een huis, omdat ook het beschikbare huuraanbod veel te laag is en zij geen andere optie zien.

Om alle bijkomende kosten bij de aankoop van een huis te kunnen financieren, hebben starters daarom vaak financiële hulp van ouders nodig. Uit cijfers van De Hypotheker blijkt dat voor 62 procent van het aantal starters die een woning tussen 100.000 en 300.000 euro kopen, geldt dat tot 10 procent van de totale koopsom uit eigen middelen bestaat. 14 procent zet tot 20 procent eigen middelen in. Voor bijna 8 procent is dit 30 procent en ruim 10 procent van de jonge huizenkopers legt een nog groter deel van de totale koopsom zelf in.

“Positie starters alleen maar zorgelijker”

“Jonge huizenkopers kunnen vaak niet zonder financiële steun van hun ouders instromen op de huizenmarkt. Je kunt tegenwoordig nog maar 100 procent van de woningwaarde lenen, waardoor er hoe dan ook zo’n 5 procent aan kosten bijkomen. Bij een woning van 250.000 euro is dat al zo’n 12.500 euro. De huizenprijzen zijn dusdanig hoog dat jonge huizenkopers vaak genoodzaakt zijn om bovenop deze bijkomende kosten nog meer eigen middelen in te brengen om de financiering rond te krijgen.

Bovendien is overbieden eerder regel dan uitzondering op de oververhitte huizenmarkt, waardoor ook hiervoor extra eigen geld nodig is om kans te maken op een woning”, zegt Sietse van der Meer, franchisenemer van De Hypotheker in Dokkum. “Niet iedereen heeft dit geld  beschikbaar, waardoor alleen starters met vermogende ouders nog in aanmerking komen voor een huis. De stijging van het aantal jonge huizenkopers lijkt positief, maar verhult dat de positie van starters eigenlijk alleen maar zorgelijker wordt.”

Geschreven door: Redactie

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Volg ons via Facebook