Roelof Houttuin

Portret Roelof Houttuin (59), lezer en loper

Wat ‘Reis naar het einde van de nacht’ van de Franse schrijver Céline te maken heeft met sportbeleving lijkt een raadsel. Maar in de persoon van de bijna zestigjarige Roelof Houttuin lijken ze goed samen te gaan.

Het boek, dat voor een groot deel gaat over de zinloosheid van het bestaan, werd in 2002 opgenomen in de lijst van de beste 100 boeken uit de wereldliteratuur. Een klassieker dus. Dit boek wordt aan het begin van ons gesprek en passant genoemd. Een gesprek dat zal gaan over sport. We bevinden ons immers midden in de Olympische maand. Een mooi moment om hardloper en trainer Roelof Houttuin te spreken. De plastic tas met daarin vijf boeken uit de bibliotheek, waarmee hij binnen komt wandelen, doet ons echter vooralsnog in een andere wereld belanden. Die van de literatuur.

Lezen

Connie Palmen maakt deel uit van de set uit de tas. Ook een boek van Henk Spaan, Jean Pierre Rawie en twee van Gerard Reve. Roelof las ze in drie weken uit. Alle vijf. In een wereld waarin het lezen onder druk ligt, we besteden immers steeds meer tijd aan televisie en sociale media, mag dat een unicum worden genoemd. “Het gaat wel als in een golfbeweging,” legt hij uit. “Soms lees ik flink, soms weken niet.”

‘Ik moest veertig boeken lezen. Ik las er zestig en genoot ervan’

Uit onderzoek * blijkt dat mensen in hoge mate trouw blijven aan de media waarmee ze op jonge leeftijd werden omringd. In het geval van de generatie mensen ouder dan vijftig jaar zijn dat boeken. En die worden dan ook door hen nog regelmatig gelezen. “Als kind las ik veel. Pietje Puk, Pietje Bell en Dik Trom, maar ik werd er van huis uit juist helemaal niet mee omringd. Dus geen idee waar mijn liefde voor lezen vandaan komt. Voor mijn vwo-examen moest ik veertig boeken lezen. Ik las er zestig en genoot ervan.” We bedenken samen wat lezen zo intrigerend maakt en noemen de stilte, rust, je begeven in een andere wereld. “Dat kan het allemaal zijn,” meent Roelof. De reden is voor hem echter niet zo belangrijk, het lezen des te meer. “Het geraaskal van Reve, heerlijk. De Reis van Céline, Fascinerend. Het lijkt in eerste instantie een totaal onsamenhangende tekst in een taalgebruik met een bijzondere ritmiek. Ik las het in het Frans. Uiteraard, want ik deed de lerarenopleiding Frans, tweedegraads. Het behoort tot de wereldliteratuur, maar de echte reden… Nou ja, mij interesseert het geen biet hoe een motor van een auto werkt, maar hoe een ander mens denkt en zich uitdrukt, dat wel.”

Voetbal

Deze literaire entree van ons gesprek zou je bijna op het verkeerde been zetten en Roelof typeren als een boekenwurm met het bijbehorende beeld van een man die uren achtereen doorbrengt in een rookstoel onder een leeslamp. Zo is het echter niet, want in tegenstelling tot zijn niet-literaire opvoeding, kreeg hij wel een duidelijke richting voorgeschoteld als het om sport gaat. “Ik kom uit een sportieve familie, met name voetbal. Mijn vader, ooms, neven, kinderen van mijn neven en ook mijn eigen zoons, ze speelden en spelen allemaal op behoorlijk hoog niveau. Ik speelde zelf redelijk, in de Friese jeugd, maar na een laatste blessure, een scheenbeenbreuk, moest ik helaas stoppen. Pech, gewoon pech. Er volgden een aantal jaren zonder veel sport.”

‘Soms zaten we ’s morgens al aan een broodje kroket’

De militaire dienstplicht bracht een verandering. “Eerst hing ik net als alle andere van lichting 78-4 maar wat rond, ik deed niet zoveel. Soms zaten we ’s morgens al aan een broodje kroket. Gevolg, ik zag sommige maten letterlijk dicht groeien. Ineens was ik het me bewust en wist ook direct dat ik dat niet wilde. Toen ben ik gaan hardlopen. In december 1978.” De gretigheid waarmee Roelof een boek kon lezen, zo gretig was hij ook als hij de benen nam. “Ik liep meteen iedere dag. Niet heel ver, zo’n twee of drie kilometer, maar als je elke dag loopt, wordt je conditie snel beter en ik ging meedoen aan militaire cross-evenementen. Ik kon lang niet met de geoefende sporters mee, zoals Gerard Nijboer, later bekend marathonloper, die in diezelfde tijd in dienst zat en ook aan deze landelijke evenementen deelnam. Ik liep bij mijn eigen groep altijd wat achteraan, maar vond het wel heel erg leuk.”

Geluksstofjes

Van een woord als ‘drive’ wil Roelof niets weten. Hij hangt meer het archaïsch taalgebruik aan, maar zijn eigenzinnige karakter en gedrevenheid noemen we hier wel. “Ik kon leuk lopen. En het zorgt er tot op de dag van vandaag voor dat ik goed in mijn vel zit. Zonder vetrollen, zal ik maar zeggen. Dat vind ik prettig. Ook mentaal is het goed voor me.” Superlatieven horen niet bij Roelof, en hij wil dan ook niets weten van termen als geluksstofjes en endorfine. Wel geeft hij toe dat zijn nogal melancholische aard een tegenhanger in de vorm van frisse lucht en een goeie conditie wel kan gebruiken. “Ik ben van nature niet het zonnetje in huis. Niet altijd opgeruimd en vrolijk. Het lopen ruimt op, houdt het hoofd helder. Het geeft een gevoel van voldoening. Het is een aparte kwalificatie om er vanuit te gaan dat ik het lopen nodig heb om overeind te blijven. Daar is in mijn leven meer voor nodig zoals de liefde voor mijn kinderen, mijn vrouw, de literatuur. Maar ik zou het lopen enorm missen als ik het niet meer zou kunnen doen.”

‘Ik dacht deze te lopen op het moment dat ik 42 jaar en 195 dagen oud zou zijn’

Na militaire dienst blijft Roelof rennen, zo’n twee à drie keer in de week. Het echte fanatieke lopen begint pas in het jaar 2000. Roelof, dan bijna 42 jaar, ruikt een bijzondere gelegenheid: een marathon. “Ik dacht deze te kunnen lopen op het moment dat ik ongeveer 42 jaar en 195 dagen oud zou zijn. Dat leek me een mooi moment. Ik ging trainen. Alleen. Ik dacht er binnen zes maanden wel klaar voor te zijn, maar die berekening ging niet helemaal op. Het kwam te snel. Uiteindelijk haalde een collega mij over me aan de sluiten bij een loopgroep.”

Tijdens zijn eerste training kwam hij zichzelf na twintig minuten al tegen. “Ik liep veel te hard met die mannen mee en stond even later bijna huilend naast de trainer. Toen moesten we nog terug. Ik kwam tien minuten later dan de groep binnen, samen met een loper die me een beetje onder zijn hoede nam.” Maar Roelof ging door en het ging steeds beter. In 2002 liep hij zijn eerste marathon in Rotterdam. “Die ging niet goed, ik had last van oorsuizingen, maar ik heb hem uitgelopen. En ik had de smaak te pakken. Een jaar later liep ik die van Amsterdam, en dan ga je door. Althans, zo voelde dat voor mij en veel lopers herkennen dat wel. Je voelt de uitdaging om jezelf steeds te willen verbeteren.”

Marathons

Inmiddels staat de teller op 22 marathons. “Met wisselend succes, maar ik vind het heerlijk om te doen. Marathons in Berlijn, Rotterdam, Amsterdam, Groningen, Zwolle, Enschede, Luxemburg, Keulen en het hoogtepunt: Athene. Ik heb ze allemaal gelopen en sommige zelfs meer dan één keer. Op de Slachtemarathon heb ik mijn persoonlijke record van 3.35 gelopen. Helemaal niet uitzonderlijk hoor, maar het voelt goed. En als ik niet zelf voor een tijd liep, begeleidde ik andere sporters in een marathon.” Klinkt als een verslaving, is het dat inmiddels? “Op het moment dat ik meer ga trainen, heb ik de neiging om steeds meer te gaan doen. Op dit moment loop ik zo’n negentig tot honderd kilometer in de week. Als je als loper in zo’n flow zit, is het alsof er geen rem op zit. Deze week bijvoorbeeld, heb ik er wat minder kilometers op zitten, dat vind ik niet leuk. Ik wil gewoon zes keer per week lopen. Op z’n minst twee keer twintig en vier keer twaalf kilometer. Uiteindelijk in ieder geval 25 marathons lopen, dat moet erin zitten.”

‘Hardlopen is een vrij ongrijpbare sport’

Naast zijn eigen kilometers traint Roelof loopgroepen. “Ik nam eens een training van een ander over en toen ging het balletje rollen. Deed een cursus en inmiddels ben ik vaste trainer, ook voor Start to Run. Dat is zo leuk, om ook beginnende lopers enthousiast te maken en te houden. Er zijn veel lopers want duursport kun je tot op hoge leeftijd doen. Hardlopen is net als veel andere takken van sport een vrij ongrijpbare sport. Je weet nooit hoe het zal gaan. Het heeft te maken met je fysieke conditie natuurlijk, maar ook met de geest, de omstandigheden. Ik begeleid graag lopers een mooie prestatie neer te zetten. Ik denk dat ik er aardig goed in ben. Ik vind het leuk om anderen te enthousiasmeren.” Dat laatste brengt ons terug bij de taal, want tijdens Leeuwarden-Fryslân Culturele Hoofdstad zal Roelof vrijwillig namens taal-bezoekerscentrum Obe, Franstalige toeristen bijstaan in de beleving van het evenement en hen enthousiast maken. “Als ze vragen hebben, kunnen ze bij mij terecht. Heb jij trouwens De Reis van Céline gelezen? Doen hoor!

* Huysmans, De Haan & Van den Broek, 2004; Knulst & Kraaykamp, 1996.

Deel dit artikel

16 reacties op “Portret Roelof Houttuin (59), lezer en loper”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top